Deel 1 — Tijd om te waarderen — 1.1
Geld zelf heeft geen waarde. Alleen tijd heeft dat
Finance verdeelt en registreert — maar ze creëert zelf geen waarde. Dat doet alleen menselijke tijd.
Finance doet twee dingen. Ze biedt een marktplaats waar mensen en organisaties kunnen handelen in zowel echte goederen en diensten als in hun blootstelling aan reële risico's en kansen. Dit noemen we distributie. Ten tweede is het een grootboek dat alle transacties tussen mensen en organisaties binnen een economie registreert. Dit noemen we registratie. Finance is het middel waarmee de mensheid efficiënt kan samenwerken om haar economieën te onderhouden en te laten groeien.
Finance creëert zelf geen waarde; het is een zero-sum-spel.
De belangrijkste prioriteiten van mensen zijn overleven en groeien (dingen beter maken). Om te overleven besteden mensen een deel van hun tijd (arbeid) aan het verlenen van diensten en aan het omzetten van natuurlijke hulpbronnen, zoals materie en energie, in nuttige consumptiegoederen. De natuurlijke hulpbronnen die ze gebruiken hebben geen universele waarde; ze zijn er gewoon. Mensen streven er ook naar te groeien door een ander deel van hun tijd (ook arbeid) te investeren in het creëren van kapitaalgoederen, zodat ze (1) in de toekomst hetzelfde productieniveau kunnen handhaven met minder arbeid, of (2) meer toekomstige consumptie kunnen genieten door evenveel uren te werken. Kapitaalgoederen omvatten kennis, menselijke vaardigheden en expertise, sociale netwerken en dergelijke. De efficiëntiewinst die wordt behaald door te investeren in kapitaalgoederen is de enige drijfveer van reële economische groei per hoofd van de bevolking, en wordt doorgaans aangeduid als toename van arbeidsproductiviteit.
Historische kostprijs
Vanuit deze gedachtegang kunnen we de kosten van alle grondstoffen en (half)afgewerkte goederen (die in feite allemaal diensten zijn) uitdrukken in bestede menselijke tijd (de boekhoudmethode van historische kostprijs). De waarde van deze goederen kan ook worden uitgedrukt in menselijke tijd; deze is gelijk aan de netto contante waarde van de verwachte toekomstige productiviteitswinst (arbeidsbesparing) die de goederen zullen opleveren, minus de netto contante waarde van de kosten (hoeveelheid arbeid) die nog nodig is om de goederen in hun uiteindelijke nuttige staat te krijgen. Zo kunnen we de reële economie uitsluitend uitdrukken in menselijke tijd, wat het voordeel heeft dat we monetaire effecten buiten beschouwing kunnen laten bij het bestuderen van economieën.